Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:180

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
25/04239
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a WVW 1994Art. 457 lid 1 sub c SvArt. 472 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij gevaar in het verkeer

De aanvrager was door de politierechter veroordeeld voor het veroorzaken van gevaar in het verkeer, met een gevangenisstraf van vier weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden. De herzieningsaanvraag berustte op het feit dat sprake was van persoonsverwisseling, waardoor de aanvrager ten onrechte was veroordeeld.

De advocaat-generaal concludeerde tot gegrondverklaring van de herzieningsaanvraag en verwees de zaak naar het gerechtshof. De Hoge Raad nam dit over en oordeelde dat het ernstige vermoeden bestond dat, indien de rechter op de terechtzitting op de hoogte was geweest van de persoonsverwisseling, de aanvrager vrijgesproken zou zijn.

Op basis van de bij de aanvraag gevoegde stukken en de toelichting van het openbaar ministerie over de foutieve koppeling door de politie, vernietigde de Hoge Raad het vonnis van de politierechter en sprak de Hoge Raad zelf de aanvrager vrij van het tenlastegelegde. Hiermee werd de onterechte veroordeling ongedaan gemaakt.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en spreekt de aanvrager vrij wegens persoonsverwisseling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/04239 H
Datum10 februari 2026
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 15 mei 2023, nummer 03-059382-23, ingediend door J. Vermaat, advocaat in Rotterdam,
namens
[aanvrager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de aanvrager.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De politierechter in de rechtbank Limburg heeft de aanvrager veroordeeld voor overtreding van artikel 5a Wegenverkeerswet 1994 tot een gevangenisstraf van vier weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden.

2.De aanvraag tot herziening

2.1
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2
De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). In de aanvraag wordt aangevoerd dat sprake is van een persoonsverwisseling.

3.De conclusie van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van de herzieningsaanvraag en tot verwijzing van de zaak naar een gerechtshof dat daarvan nog geen kennis heeft genomen, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als is voorzien in artikel 472 lid 2 Sv Pro.

4.Beoordeling van de aanvraag

4.1
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat, als dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
4.2
Op de door de advocaat-generaal in zijn conclusie vermelde gronden moet worden aangenomen dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling.
4.3
Dat levert het ernstige vermoeden op dat de politierechter, als deze hiermee bekend zou zijn geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken. Er is dus sprake van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvraag gegrond is. Gelet op de bij de aanvraag gevoegde bijlagen en in het licht van de (eveneens bij die aanvraag gevoegde) brief van het openbaar ministerie waarin is toegelicht dat en waarom sprake is geweest van een foutieve koppeling door de politie van de aanvrager aan het strafdossier, is er na verwijzing geen ander oordeel mogelijk dan dat het vonnis van de politierechter van 15 mei 2023 zal worden vernietigd en de aanvrager alsnog van het hem tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. De Hoge Raad zal daarom zelf de aanvrager vrijspreken van het hem tenlastegelegde.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
- vernietigt de uitspraak waarvan herziening is gevraagd;
- spreekt de aanvrager vrij van het hem tenlastegelegde.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2026.