Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:181

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
24/03804
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 432.2 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing in cassatie over ontvankelijkheid ontnemingsvordering

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Amsterdam uit 2009, waarin het hof het openbaar ministerie ontvankelijk verklaarde in een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het OM ontvankelijk had verklaard en dat de verstekverlening tegen hem onterecht was.

Voor een juiste beoordeling van het cassatiemiddel is het essentieel dat de Hoge Raad kennis kan nemen van het proces-verbaal van de terechtzitting. Uit een brief van de griffier van het hof blijkt echter dat dit proces-verbaal niet beschikbaar is, waardoor de Hoge Raad niet kan beoordelen of het cassatiemiddel terecht is voorgesteld.

Daarom kan de uitspraak van het hof niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing. Tevens gaat de conclusie in op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en de verjaring van het recht tot tenuitvoerlegging van de ontnemingsmaatregel.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03804 P
Datum10 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam van 10 maart 2009, nummer 23-000783-07, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat W.F.J. Kramer bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het hof Amsterdam opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het openbaar ministerie ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in de ontnemingsvordering en klaagt daarnaast over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen betrokkene.
2.2
Voor de beoordeling van dit cassatiemiddel is het van belang dat de Hoge Raad kan kennisnemen van wat er tijdens het onderzoek op de terechtzitting aan de orde is geweest. Uit de in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5.2 weergegeven brief blijkt dat het proces-verbaal van de terechtzitting niet beschikbaar is in deze zaak. Daarom kan niet worden beoordeeld of het cassatiemiddel terecht is voorgesteld en kan de uitspraak van het hof niet in stand blijven.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2026.