ECLI:NL:HR:2026:216

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
24/01700
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 342.2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen mishandeling ondanks bewijsklachten

In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte samen met zijn zoon een ander had mishandeld na een woordenwisseling over de huurbetaling van een caravan. De rechtbank sprak verdachte vrij, maar het hof Amsterdam veroordeelde hem voor medeplegen mishandeling op grond van artikel 300 lid 1 Sr Pro.

Het cassatieberoep richtte zich op meerdere bewijsklachten, waaronder de vraag of de verklaring van de aangever als bewijs kon dienen, het ontbreken van buurtonderzoek, het niet horen van een getuige, de mogelijkheid dat het letsel door een val was ontstaan, en de toepassing van het bewijsminimum volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro (unus testis).

De Hoge Raad oordeelde dat het hof de verklaring van de aangever voldoende had gemotiveerd en dat het ontbreken van buurtonderzoek en het niet horen van een getuige niet tot cassatie konden leiden, mede omdat deze punten in hoger beroep niet of onvoldoende waren aangevoerd. Ook was het verweer dat het letsel door een val was ontstaan niet feitelijk onderbouwd. De verklaring van de aangever werd ondersteund door het geconstateerde letsel en waargenomen geluiden. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen mishandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01700
Datum10 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 2024, nummer 23-000204-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S. Jankie bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De cassatiemiddelen zijn schriftelijk toegelicht.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1
De cassatiemiddelen klagen over (de motivering van) het bewezenverklaarde.
2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 maart 2026.