ECLI:NL:HR:2026:226

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
23/01961
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis.1.b SrArt. 81 lid 1 ROArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in witwaszaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam in een strafzaak over witwassen van geldbedragen en auto's. De verdachte was veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen voor de duur van de taakstraf, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het arrest niet tot vernietiging konden leiden, behalve vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend voor het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis. De taakstraf werd verminderd naar 108 uur, subsidiair 54 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 13 februari 2026.

Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd van 120 naar 108 uur wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01961
Datum13 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 mei 2023, nummer 23-000422-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.N. Slijters bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering van de opgelegde taakstraf naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 108 uren beloopt, subsidiair 54 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 februari 2026.