Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
13 februari 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam in een strafzaak over witwassen van geldbedragen en auto's. De verdachte was veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen voor de duur van de taakstraf, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het arrest niet tot vernietiging konden leiden, behalve vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend voor het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis. De taakstraf werd verminderd naar 108 uur, subsidiair 54 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 13 februari 2026.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd van 120 naar 108 uur wegens overschrijding van de redelijke termijn.