ECLI:NL:HR:2026:253

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
25/03936
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende, [X] B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 september 2025. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit de procedure bleek dat het beroepschrift in cassatie op 28 oktober 2025 werd ontvangen, terwijl de wettelijke termijn van zes weken, zoals gesteld in artikel 6:7 Awb Pro, op 27 oktober 2025 was verstreken.

De griffier van de Hoge Raad gaf belanghebbende de mogelijkheid om een toelichting te geven op de overschrijding van de termijn. De door belanghebbende aangevoerde redenen in de brief van 24 november 2025 werden echter niet als voldoende geacht om het verzuim te rechtvaardigen.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 13 februari 2026 door raadsheren Faase, Cools en Peters.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/03936
Datum13 februari 2026
ARREST
op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 september 2025, nrs. 24/3439 tot en met 24/3444.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van het Hof heeft op de uitspraak van het Hof aangetekend dat een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen is verzonden op 15 september 2025. Het beroepschrift in cassatie is op 28 oktober 2025 per e-mail door de Hoge Raad ontvangen.
Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 27 oktober 2025.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 5 november 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Hetgeen belanghebbende in haar via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen brief van 24 november 2025 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.