ECLI:NL:HR:2026:253
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, [X] B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 september 2025. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit de procedure bleek dat het beroepschrift in cassatie op 28 oktober 2025 werd ontvangen, terwijl de wettelijke termijn van zes weken, zoals gesteld in artikel 6:7 Awb Pro, op 27 oktober 2025 was verstreken.
De griffier van de Hoge Raad gaf belanghebbende de mogelijkheid om een toelichting te geven op de overschrijding van de termijn. De door belanghebbende aangevoerde redenen in de brief van 24 november 2025 werden echter niet als voldoende geacht om het verzuim te rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 13 februari 2026 door raadsheren Faase, Cools en Peters.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.