Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:26

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
23/03897
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 359.1 SvArt. 81.1 Wet ROArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in diefstalzaak met overschrijding redelijke termijn

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor diefstal van elektronische producten en (laptop)tassen. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Namens de verdachte diende advocaat J.J.J. van Rijsbergen een cassatiemiddel in, terwijl de advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, is overschreden omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde gevangenisstraf van vijf weken acht de Hoge Raad dit echter niet aanleiding om verdere rechtsgevolgen te verbinden aan deze termijnoverschrijding.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd met een gevangenisstraf van vijf weken.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03897
Datum13 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 oktober 2023, nummer 21-004759-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van vijf weken volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 januari 2026.