ECLI:NL:HR:2026:260
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze brief werd het griffierecht niet voldaan.
Belanghebbende werd vervolgens in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet betalen, maar de aangevoerde redenen werden niet als voldoende geacht. Een later ingediend verzoek om betalingsonmacht werd niet in behandeling genomen omdat dit na de gestelde termijn werd ingediend.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Faase, Cools en Peters op 20 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.