Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
13 januari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak wegens mishandeling door het stompen en slaan in het gezicht van de aangever. De verdediging had in hoger beroep een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van een belastende getuige, dat door het hof werd afgewezen omdat het betwiste onderdeel van de getuigenverklaring niet werd gebruikt als bewijs.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdediging beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet nader omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde geldboete van € 500 acht de Hoge Raad dit echter niet aanleiding om verdere rechtsgevolgen te verbinden aan deze termijnoverschrijding.
De Hoge Raad besluit het beroep te verwerpen en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn.