Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
13 januari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake medeplegen van uitvoer en teelt van grote hoeveelheden hennep, diefstal van elektriciteit, beschadiging en voorbereidingshandelingen.
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. In cassatie werd aangevoerd dat de redelijke termijn was overschreden, met name doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de inhoudelijke uitspraak van het hof niet tot vernietiging konden leiden, maar dat de overschrijding van de redelijke termijn gegrond was. Dit leidde tot vernietiging van het deel van het arrest dat de strafduur betrof en tot vermindering van de gevangenisstraf tot 23 maanden en 2 weken, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
De rest van het beroep werd verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers en raadsheren Caminada en Kuiper op 13 januari 2026.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 23 maanden en 2 weken, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, wegens overschrijding van de redelijke termijn.