Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede en het vierde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
3 maart 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd bewezen verklaard dat zij in haar woning hennep had geteeld en elektriciteit had gestolen door middel van braak.
De bewezenverklaring steunde op diverse proces-verbalen, waaronder politieonderzoeken, buurtonderzoeken en een aangifte van Stedin Netbeheer BV. Het hof oordeelde dat de verdachte als eigenaar van de woning verantwoordelijk was, ondanks haar ontkenning en het ontbreken van directe aanwijzingen dat zij zelf de hennepkwekerij exploiteerde.
De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsmiddelen geen directe betrokkenheid of wetenschap van de verdachte kan worden afgeleid. Er zijn aanwijzingen dat derden betrokken waren bij de hennepkwekerij en de illegale elektriciteitsafname. De verklaring van de verdachte en de aannemer over sleuteloverdracht en gebruik van de woning zijn niet overtuigend genoeg om de bewezenverklaring te dragen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing op het hoger beroep.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid verdachte.