2.2.1Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“1. zij, in de periode van 15 november 2020 tot en met 22 november 2020 te [plaats] , opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [a-straat 1] ) 339 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
2. zij, in de periode van 19 juli 2020 tot en met 22 november 2020 te [plaats] , een hoeveelheid elektriciteit, die geheel toebehoorde aan Stedin Netbeheer BV, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak.”
2.2.2Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 november 2020 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020381761-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 1 t/m 11) :
als relaas van de betreffende verbalisanten:
Op zondag 22 november 2020 om 10.18 uur stelden wij naar aanleiding van een melding poging inbraak in een woning aan de [a-straat 1] te [plaats] onderzoek in bij voornoemde woning. Hierbij bleek dat er een poging inbraak was geweest. Aan de voorzijde op de eerste etage was condens zichtbaar bij het raam en tevens was er een zoemend geluid te horen.
De woning werd middels een afgegeven machtiging betreden en er was een henneplucht waarneembaar. In de woning was op de eerste verdieping een in werking zijnde hennepkwekerij. In kweekruimte 1 stonden 144 hennepplanten. In kweekruimte 2 stonden 195 hennepplanten. Wij constateerden, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten waren.
Door de fraude-inspecteur bij de netbeheerder Stedin werd geconstateerd dat de elektriciteitsvoorziening illegaal werd afgenomen.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2020 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020381761-8. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 47) :
als relaas van de betreffende verbalisant:
Op zondag 22 november 2020 werden in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] 2 ruimtes aangetroffen waarin hennep werd gekweekt. Bij controle van Basisregistratie Personen (BRP) bleek dat op de [a-straat 1] te [plaats] niemand ingeschreven stond.
De [a-straat 1] te [plaats] bleek een koopwoning te zijn. Hierop werd de gegevens bevraagd bij het kadaster van genoemd adres. Hieruit blijkt dat de woning sinds 17-06-2020 op naam staat van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1997 te [geboorteplaats] . De woning bleek aangekocht te zijn voor 200.000 euro. Een hypotheek was verstrekt voor 250.000,- euro.
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 januari 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020381761-14. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 50) :
als relaas van de betreffende verbalisant:
Naar aanleiding van de aangetroffen hennepkwekerij aan de [a-straat 1] te [plaats] en de door [verdachte] afgelegde verklaring werd in de omgeving van de [a-straat 1] te [plaats] een buurtonderzoek gehouden.
- [a-straat 2] : Heeft kort na de verkoop van de woning een getinte vrouw bij de woning gezien.
- Een aantal omwonenden wilden anoniem blijven maar vertelden onderstaande:
Dat er kort nadat de woning verkocht was geklust is in de woning.
Dat ze gesproken hebben met een man die zei dat hij [betrokkene 1] heette en in [plaats] woonde en dat hij samen met zijn vriendin in de woning zou gaan wonen. Zijn vriendin was een vrouw van Marokkaanse afkomst waarvan de voornaam met een “ […] ” begon.
Dat [betrokkene 1] en zijn vriendin vaak op de fiets kwamen.
Dat [betrokkene 1] en zijn vriendin in augustus / september 2020 nog bij de woning zijn gezien.
4. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 16 december 2020 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020407389-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 56 t/m 60) :
als verklaring van [aangever] namens Stedin Netbeheer B.V.:
Ik ben als fraudespecialist in dienst van Stedin Netbeheer B.V. en doe aangifte van diefstal al dan niet door middel van braak of verbreking op het adres [a-straat 1] te [plaats] .
De diefstal is gepleegd in de periode van 19 juli 2020 tot en met 22 november 2020. Op 22 november 2020 rond 12.47 uur was ik tezamen met politieambtenaren bij het pand aan de [a-straat 1] te [plaats] . Bij controle van de netcomponenten (hoofdleiding, aansluiting en meetinrichting) van Stedin Netbeheer BV en de elektrische installatie in de meterkast van dat pand zag ik dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken en verwijderd was. Tevens was het deksel van de hoofdaansluitkast verwijderd. Ik zag dat de hoofdzekering(en) die bij het aansluiten van het pand op het elektriciteitsnet van Stedin Netbeheer BV aangebracht door personeel van een provider verzwaard waren. Ik zag dat er aan de bovenzijde van de hoofdzekering(en) een illegale aansluiting was bijgeplaatst en aangesloten. Deze illegale aansluiting zat aangesloten voor de elektriciteitsmeter zodat alle elektriciteit die via deze illegale aansluiting werd afgenomen niet door de elektriciteitsmeter werd geregistreerd. Uit bovenstaande bevindingen bleek dat met het aanbrengen van de illegale aansluiting er nadeel is ontstaan voor Stedin Netbeheer BV.
Totaal geleden schade
Omschrijving aantal PPE Bedrag
Elektriciteit afname 41.538 0.04999 euro 2.076,48
euro
Afgenomen elektriciteit 2.076,48 euro
Kosten onrechtmatig handelen 1 992,08000 euro 992,08 euro
Herstellen energietransport 1 148,75000 euro 148,75 euro
Arbeidsloon 1.140,83 euro
5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 februari 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met PL1700-2020381761-18. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 110 t/m 113) :
als verklaring van [betrokkene 2] :
Ik ben een keer door Turkse jongens gevraagd om een offerte te maken voor de verbouwing van een woning. De jongens wisten dat ik een bouwbedrijf had. Ik moest een globale offerte maken en dat heb ik gedaan. Ik heb fictief timmerwerk opgeschreven, wat er op heb gezet weet ik niet meer. Men heeft mij hiervoor betaald en overgemaakt naar mijn zakelijke bankrekeningnummer. Ik ken het adres en de vrouw niet. Op de offerte heb ik ook geen straatnaam kunnen zetten, omdat deze mij nooit is opgegeven. Ik heb geen sleutels van de woning gehad. Ik heb nooit de verbouwing gedaan en ben dus ook nooit bij de woning geweest.
6. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht d.d. 3 december 2020 van de politie Eenheid Rotterdam. Dit rapport houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 41 t/m 45) :
Op het moment van aantreffen van de hennepkwekerij waren de hennepplanten in kweekruimte 2 ongeveer 8 weken oud. De planten in kweekruimte waren ongeveer 6 weken oud. Op basis van de aangetroffen indicatoren was er sprake van 1 eerdere oogst. Rekening wordt gehouden met 10 weken kweektijd en 2 weken af- en opbouw tussen de eerste oogst en de aangetroffen planten in de kwekerij.”