Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:335

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
25/00330
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende toetsing proportionaliteit en subsidiariteit beslag

In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant over het voortduren van beslag op diverse goederen en vorderingen in het kader van het strafrechtelijk onderzoek 'Milwaukee', waarin verdenkingen spelen van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.

De klager stelde dat het beslag disproportioneel was, gelet op de verhouding tussen de waarde van de inbeslaggenomen goederen en de te verwachten hoogte van een mogelijke betalingsverplichting. De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat er geen sprake was van overbeslag.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beslag niet in strijd zou zijn met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De Hoge Raad verwijst naar haar motivering in een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2026:334) en vernietigt de beschikking. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het beklag.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, en de zaak maakt deel uit van een reeks samenhangende zaken met vergelijkbare rechtsvragen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het beslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00330 B
Datum10 maart 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/028267, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
De raadslieden De Bont en Prins hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel

2.1
De cassatiemiddelen klagen onder meer over de verwerping door de rechtbank van het verweer dat de voortduring van het beslag niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
2.2
Voor zover de cassatiemiddelen hierover klagen, slagen zij. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00322 B, ECLI:NL:HR:2026:334.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 maart 2026.