Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
10 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, waarin beslag werd gelegd op diverse goederen en vorderingen van klaagster en anderen in het kader van het strafrechtelijk onderzoek 'Milwaukee'. Het beslag betrof woningen, bouwgrond, een auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vorderingen in Luxemburg, Zwitserland en België, met het oog op ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Klaagster stelde dat de voortzetting van het beslag niet voldeed aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, omdat er sprake zou zijn van een wanverhouding tussen de waarde van de inbeslaggenomen goederen en de te verwachten hoogte van de betalingsverplichting. De rechtbank verwierp dit verweer, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze beoordeling onvoldoende was en dat de rechtbank niet had kunnen vaststellen dat er geen sprake was van overbeslag.
De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdige uitspraak (ECLI:NL:HR:2026:334) waarin de motivering omtrent proportionaliteit en subsidiariteit nader is toegelicht. Op grond hiervan vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het beklag.
De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 10 maart 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het beslag op grond van proportionaliteit en subsidiariteit.