Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:336

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
25/00335
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende toetsing proportionaliteit en subsidiariteit beslag

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, waarin beslag werd gelegd op diverse goederen en vorderingen van klaagster en anderen in het kader van het strafrechtelijk onderzoek 'Milwaukee'. Het beslag betrof woningen, bouwgrond, een auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vorderingen in Luxemburg, Zwitserland en België, met het oog op ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Klaagster stelde dat de voortzetting van het beslag niet voldeed aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, omdat er sprake zou zijn van een wanverhouding tussen de waarde van de inbeslaggenomen goederen en de te verwachten hoogte van de betalingsverplichting. De rechtbank verwierp dit verweer, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze beoordeling onvoldoende was en dat de rechtbank niet had kunnen vaststellen dat er geen sprake was van overbeslag.

De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdige uitspraak (ECLI:NL:HR:2026:334) waarin de motivering omtrent proportionaliteit en subsidiariteit nader is toegelicht. Op grond hiervan vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het beklag.

De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 10 maart 2026.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het beslag op grond van proportionaliteit en subsidiariteit.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00335 B
Datum10 maart 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/028263, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
De raadslieden De Bont en Prins hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel

2.1
De cassatiemiddelen klagen onder meer over de verwerping door de rechtbank van het verweer dat de voortduring van het beslag niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
2.2
Voor zover de cassatiemiddelen hierover klagen, slagen zij. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00322 B, ECLI:NL:HR:2026:334.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 maart 2026.