Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
10 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, waarin beslag werd gelegd op diverse goederen en tegoeden van de klager en een ander in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.
De klager stelde dat de voortzetting van het beslag niet voldeed aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, omdat er sprake zou zijn van een wanverhouding tussen de waarde van de inbeslaggenomen goederen en de te verwachten hoogte van een mogelijke betalingsverplichting.
De rechtbank verwierp dit verweer, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet standhoudt. De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdige uitspraak (ECLI:NL:HR:2026:341) waarin de proportionaliteit en subsidiariteit van beslag zijn toegelicht. Gelet hierop vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het beklag.
De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, en de zaak wordt in samenhang behandeld met meerdere andere zaken met vergelijkbare nummers.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslagbeschikking wegens schending van proportionaliteit en subsidiariteit en wijst de zaak terug voor herbeoordeling.