Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:342

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
25/00320
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beslagbeschikking wegens schending proportionaliteit en subsidiariteit

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, waarin beslag werd gelegd op diverse goederen en tegoeden van de klager en een ander in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.

De klager stelde dat de voortzetting van het beslag niet voldeed aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, omdat er sprake zou zijn van een wanverhouding tussen de waarde van de inbeslaggenomen goederen en de te verwachten hoogte van een mogelijke betalingsverplichting.

De rechtbank verwierp dit verweer, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet standhoudt. De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdige uitspraak (ECLI:NL:HR:2026:341) waarin de proportionaliteit en subsidiariteit van beslag zijn toegelicht. Gelet hierop vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het beklag.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, en de zaak wordt in samenhang behandeld met meerdere andere zaken met vergelijkbare nummers.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslagbeschikking wegens schending van proportionaliteit en subsidiariteit en wijst de zaak terug voor herbeoordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00320 B
Datum10 maart 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/019868, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
Namens de klager heeft de advocaat E.G. Engwirda daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel

2.1
De cassatiemiddelen klagen onder meer over de verwerping door de rechtbank van het verweer dat de voortduring van het beslag niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
2.2
Voor zover de cassatiemiddelen hierover klagen, slagen zij. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00331 B, ECLI:NL:HR:2026:341.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 maart 2026.