In deze zaak ging het om een Duitse auto waarin een kilometerblokker was ingebouwd, een apparaat dat de kilometerstand manipuleert. De officier van justitie vorderde onttrekking aan het verkeer omdat de integriteit van de voertuigregistratie en de verkeersveiligheid in het geding zouden zijn. De rechtbank wees deze vordering toe en wees klaagschriften van de eigenaar en mede-eigenaar af.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de auto een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid zou vormen en waarom het gebrek niet met redelijke inspanningen hersteld kon worden. Ook ontbraken vaststellingen over de vraag of de handelsbelemmering door de gemanipuleerde kilometerstand niet op andere wijze kon worden voorkomen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van de klager niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van cassatiemiddelen, vernietigde de beschikking van de rechtbank voor zover het de onttrekking aan het verkeer betrof, en verwees de zaak terug naar de rechtbank Gelderland voor hernieuwde behandeling en beslissing. Het beroep van de klaagster werd afgewezen.