Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter wegens rijden terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De mededeling van het vonnis werd op 19 augustus 2022 aan de verdachte uitgereikt. Het hoger beroep werd door de raadsman ingesteld op 8 december 2022, na het verstrijken van de wettelijke termijn van veertien dagen.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep stelde de voorzitter de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde. De raadsman gaf aan dat de verdachte de brief met het hoger beroep in de postbus van het gerechtsgebouw had gedaan, dat vanwege corona gesloten was, en dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde dat het hoger beroep tijdig was ingesteld. De verdachte verklaarde moeite te hebben met papieren en geen hulp te hebben.
Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn en oordeelde dat de omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonden. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de opmerking van de raadsman over de postbus en de veronderstelling van tijdige indiening niet relevant was. Hierdoor liet het hof de mogelijkheid open dat het hoger beroep wel tijdig was ingesteld.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting en beslissing op het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.