ECLI:NL:HR:2026:382

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
24/03817
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 350.1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs wegmaken camera ex-partner

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over het tenlastegelegde wegmaken van een camera van de ex-partner van de verdachte. De verdachte werd ervan verdacht de camera van de aangeefster van zijn plaats te hebben getrokken, wat het hof als bewezen aannam.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, specifiek over het onderdeel van het tenlastegelegde en de strafoplegging, en adviseerde terugwijzing naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De Hoge Raad oordeelde dat het bewijs onvoldoende is om met zekerheid vast te stellen dat de verdachte de camera heeft weggenomen, ondanks dat het hof aannam dat dit het geval was.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het betrekking had op het tenlastegelegde en de strafoplegging en wees de zaak terug naar het hof 's-Hertogenbosch. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 24 maart 2026.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende bewijs van het wegmaken van de camera.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03817
Datum24 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 oktober 2024, nummer 20-003417-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’sHertogenbosch opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over (de motivering van) de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde wegmaken van een camera.
2.2
Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.4 en 2.11 tot en met 2.13.
2.3
De Hoge Raad heeft ook de verder in het cassatiemiddel aangevoerde klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 maart 2026.