Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
10 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van grote hoeveelheden amfetamineolie en amfetaminepasta, in strijd met de Opiumwet.
De verdachte stelde in cassatie onder meer vragen over de toepassing van de LOVS-oriëntatiepunten bij de strafbepaling en de meerdaadse samenloop. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en dat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 24 maanden (waarvan 8 maanden voorwaardelijk) tot 23 maanden en 2 weken, eveneens met 8 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verwierp het beroep voor het overige, waarmee de strafoplegging grotendeels werd bevestigd maar met een lichte strafvermindering vanwege de termijnoverschrijding.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 23 maanden en 2 weken, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, wegens overschrijding van de redelijke termijn.