AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad over opslag pasfoto's bij online identificatie en Wwft-verplichting
In deze zaak staat centraal of ICS de creditcardovereenkomst met [de kaarthoudster] mocht opzeggen omdat zij weigerde mee te werken aan een online identificatie waarbij een pasfoto en selfie werden opgeslagen. De Hoge Raad bevestigt dat het opslaan van een pasfoto niet automatisch een verwerking van biometrische gegevens inhoudt zoals bedoeld in de AVG, omdat een foto alleen biometrische gegevens wordt als deze specifiek technisch wordt verwerkt voor unieke identificatie.
De Hoge Raad overweegt dat ICS op grond van de Wwft verplicht is cliëntenonderzoek te actualiseren en gegevens te bewaren, maar dat het onduidelijk is of de Wwft of de Europese vierde anti-witwasrichtlijn een verplichting tot het bewaren van een kopie van de pasfoto oplegt. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over de uitleg van deze bepalingen en de verhouding tot de AVG, met name over de bewaarplicht van identiteitsbewijzen inclusief pasfoto's en de classificatie van foto's als bijzondere categorie persoonsgegevens.
De Hoge Raad wijst erop dat ICS de creditcardovereenkomst terecht mocht opzeggen omdat [de kaarthoudster] niet meewerkte aan de identificatieverzoeken, ondanks dat zij principiële bezwaren had tegen de opslag van haar pasfoto. ICS bood alternatieven aan, maar deze werden door haar afgewezen zonder gegronde redenen. De zaak wordt verwezen naar 10 april 2026 voor nadere uitlatingen van partijen over het voornemen tot het stellen van prejudiciële vragen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat ICS de creditcardovereenkomst mocht opzeggen wegens weigering tot online identificatie en stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over de bewaarplicht van pasfoto's en de AVG.
Voetnoten
1.Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), PbEU 2016, L 119/1.
2.Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PbEU 2015, L 141/73), nadien gewijzigd door Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU (PbEU 2018, L 156/43).
4.Vgl. EDPB, Richtsnoeren 3/2019 inzake de verwerking van persoonsgegevens door middel van videoapparatuur, versie 2.0, 29 januari 2020, nr. 77-82.
5.Zie o.a. HvJEU 6 oktober 2021, zaak C-561/19, ECLI:EU:C:2021:799 (Consorzio Italian Management c.s./Rete Ferroviaria Italiana).
7.Toelichting op de Uitvoeringsregeling Wwft, Stcrt. 2008, 142, p. 8.
8.Kamerstukken II 2017/18, 34 808, nr. 3, p. 79.
9.Kamerstukken II 2007/08, 31238, nr. 3, p. 35.
10.Kamerstukken II 2017/18, 34 808, nr. 3, p. 79.
11.Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, PbEU 2005, L 309/15.
12.PbEU 2024/1624.
13.Kamerstukken II 2007/08, 31238, nr. 3, p. 35.
14.Kamerstukken II 2007/08, 31238, nr. 3, p. 35.