Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:396

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
25/01682
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:17 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in koopovereenkomst geschil over conformiteit

In deze zaak heeft eiser, woonachtig in Duitsland, cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 maart 2025, waarin een geschil over de conformiteit van een koopovereenkomst centraal stond. De verweerders zijn in cassatie verstek laten gaan. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van verweerders nihil zijn begroot. Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 13 maart 2026.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt in de kosten veroordeeld.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/01682
Datum13 maart 2026
ARREST
In de zaak van
[eiser] ,
wonende te [plaats] , Duitsland,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser] ,
advocaat: aanvankelijk K. Aantjes, thans J.C. Zevenberg,
tegen
1. [verweerder 1] , handelende onder de naam
[A] ,
te [plaats] ,
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders] ,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 9821887 CV EXPL 22-1892 van de rechtbank Limburg van 31 mei 2023 en 21 juni 2023;
b. de arresten in de zaak 200.329.650/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 september 2023 en 11 maart 2025.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 11 maart 2025 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
13 maart 2026.