Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze cassatie in het belang der wet stond de vraag centraal of een rechter contactbeperkingen kan opleggen aan een gefailleerde die op grond van art. 87 lid 1 Faillissementswet Pro in verzekerde bewaring wordt gesteld. De rechtbank had contactbeperkingen opgelegd, maar het gerechtshof vernietigde dit deel van de beschikking omdat volgens het hof geen wettelijke basis bestond voor dergelijke beperkingen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en overweegt dat noch de Faillissementswet, noch enige andere wettelijke bepaling de rechter de bevoegdheid geeft om contactbeperkingen op te leggen bij faillissementsgijzeling. Dit is een ingrijpende maatregel die een inmenging vormt in het privéleven en de correspondentie van de gefailleerde, waarvoor een wettelijke basis vereist is conform art. 8 lid 2 EVRM Pro.
De Hoge Raad wijst erop dat de totstandkomingsgeschiedenis van art. 87 lid 1 Fw Pro en de Wet versterking positie curator geen aanwijzingen geven dat de wetgever contactbeperkingen bij inbewaringstelling heeft beoogd. Hoewel contactbeperkingen nuttig kunnen zijn voor het bereiken van het doel van de inbewaringstelling, ontbreekt een wettelijke grondslag en is de inmenging niet voorzien bij wet.
Daarom wordt het beroep van de Procureur-Generaal verworpen en blijft het oordeel van het hof in stand dat contactbeperkingen bij faillissementsgijzeling niet kunnen worden opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat contactbeperkingen bij faillissementsgijzeling niet kunnen worden opgelegd wegens gebrek aan wettelijke grondslag.