Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 januari 2025, waarin het hof uitspraak deed over de omvang van de schadevergoeding wegens arbeidsvermogensverlies na een arbeidsongeval. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met vonnissen in 2019 en 2020. De verweerders in cassatie zijn Dnata B.V. en aanverwante verzekeraars.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof te toetsen, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding, begroot op € 10.708,-- exclusief wettelijke rente. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 13 maart 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.