Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:412

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
25/01388
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake schadevergoeding arbeidsongeval

In deze zaak vordert eiser cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 januari 2025, waarin het hof uitspraak deed over de omvang van de schadevergoeding wegens arbeidsvermogensverlies na een arbeidsongeval. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met vonnissen in 2019 en 2020. De verweerders in cassatie zijn Dnata B.V. en aanverwante verzekeraars.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof te toetsen, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding, begroot op € 10.708,-- exclusief wettelijke rente. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 13 maart 2026.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/01388
Datum13 maart 2026
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.C. Zevenberg,
tegen
1. DNATA B.V.,
gevestigd te Haarlemmermeer,
2. HDI GLOBAL SE,
gevestigd te Hannover, Duitsland, kantoorhoudende te Rotterdam,
3. XL INSURANCE COMPANY SE,
gevestigd te Dublin, Ierland, kantoorhoudende te Amsterdam,
4. ALLIANZ BENELUX N.V., h.o.d.n. Allianz Schadeverzekering,
gevestigd en kantoorhoudende te Brussel, België,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: Dnata c.s.,
advocaat: N.T. Dempsey.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 7930950 CV EXPL 19-16220 van de rechtbank Amsterdam van 19 november 2019, 1 september 2020 en 22 december 2020;
b. het arrest in de zaak 200.293.035/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 januari 2025.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Dnata c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Dnata c.s. mede door C.J.D. Warren en A.J.J. Kool.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dnata c.s. begroot op € 8.508,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
13 maart 2026.