Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
17 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de betrokkene werd veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene was in een samenhangende strafzaak veroordeeld voor mensensmokkel door vluchtelingen in de uitoefening van zijn beroep te helpen bij illegaal verblijf in Nederland.
Het openbaar ministerie had een vordering tot ontneming ingediend die niet alleen gebaseerd was op de bewezenverklaarde feiten, maar ook op andere strafbare feiten waarvan het hof voldoende aanwijzingen aannam. De rechtbank had deze andere strafbare feiten niet vastgesteld, maar het hof oordeelde anders en achtte de aanwijzingen voldoende, mede vanwege overeenkomsten in de modus operandi van asielaanvragen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat er voldoende aanwijzingen zijn voor andere strafbare feiten in de zin van artikel 36e lid 2 Sr. De klachten van de betrokkene leiden niet tot cassatie. Tevens constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, maar verbindt daaraan geen rechtsgevolgen in deze zaak. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering blijft gehandhaafd.