ECLI:NL:HR:2026:428

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
24/01206
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 265 lid 1 SvArt. 311.1 SrArt. 3B OpiumwetArt. 11.3 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen hennepteelt en diefstal elektriciteit

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt en medeplegen van diefstal van elektriciteit door verbreking van de aansluiting. In cassatie stelde de verdachte dat het hof had moeten overgaan tot inhoudelijke behandeling omdat in eerste aanleg de dagvaardingstermijn niet was nageleefd, wat een schending van de behoorlijke procesorde zou zijn.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president van den Brink als voorzitter en de raadsheren Kooijmans en Trotman, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Schnetz.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de verdachte voor medeplegen van hennepteelt en diefstal van elektriciteit.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01206
Datum17 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 maart 2022, nummer 21-001549-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat V.P.J. Tuma bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 maart 2026.