Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
17 maart 2026.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt en medeplegen van diefstal door verbreking. In cassatie werd betoogd dat het hof had moeten overgaan tot inhoudelijke behandeling vanwege een schending van de behoorlijke procesorde, omdat de oproepingstermijn van artikel 511b lid 4 juncto artikel 265 lid 1 Sv Pro niet was nageleefd.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 17 maart 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.