Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
17 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens computervredebreuk, omdat zij zich via de laptop van haar ex-man toegang had verschaft tot zijn e-mailaccount en bestanden zonder zijn toestemming. Zij had vertrouwelijke e-mailberichten verzonden, documenten ingezien en sommige e-mails en bestanden verwijderd, in strijd met artikel 138ab lid 1 sub c van het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat zij met behulp van een valse sleutel het geautomatiseerde werk was binnengedrongen. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de zaak inhoudelijk te motiveren, gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest van het hof Amsterdam bleef daarmee in stand. De Hoge Raad bevestigde de strafrechtelijke kwalificatie van het handelen van de verdachte als computervredebreuk en verwierp het beroep in cassatie. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 17 maart 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor computervredebreuk blijft in stand.