Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:455

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
24/01197
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300.2 SrArt. 81.1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in mishandeling met zwaar lichamelijk letsel en immateriële schade

In deze strafzaak stond de mishandeling met zwaar lichamelijk letsel centraal, waarbij de benadeelde partij een vordering had ingesteld voor immateriële schade. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had in zijn arrest van 22 maart 2024 geoordeeld dat psychische schade in aanmerking kon worden genomen bij de toewijzing van deze vordering.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vragen, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest van de Hoge Raad van 24 maart 2026 bevestigt daarmee het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep. De Hoge Raad motiveert zijn beslissing niet uitvoerig, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand, inclusief de toewijzing van immateriële schade wegens psychische schade.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01197
Datum24 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 maart 2024, nummer 21-000866-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat T. Straten bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 maart 2026.