Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 november 2024. De verdachte werd veroordeeld voor poging tot zware mishandeling door met een vrachtauto een bestelbus te rammen en van de weg te duwen, alsmede voor vernieling van die bestelbus.
In cassatie werd onder meer verzocht om het horen van een deskundige die eerder een rapport had opgesteld. Dit verzoek werd door de Hoge Raad afgewezen omdat het hof zich voldoende had voorgelicht en geen noodzaak zag voor nader onderzoek.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet konden leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig was om de motivering van dit oordeel te geven, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 12 mei 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.