Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:459

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
25/00970
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over meerwerk en kwaliteit aannemingsovereenkomst

In deze zaak stond een geschil centraal over meerwerkposten en de kwaliteit van het uitgevoerde werk in het kader van een aannemingsovereenkomst tussen [eiseres] B.V. en de Gemeente Drimmelen. De procedure begon bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch in twee arresten uitspraak deed, waarvan het laatste een herstelarrest was.

[eiseres] stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof van 17 december 2024, terwijl de Gemeente een incidenteel cassatieberoep instelde. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van beide beroepen.

De Hoge Raad heeft de klachten van partijen beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveerde dit niet inhoudelijk omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep af en veroordeelde beide partijen in de proceskosten, waarbij de kostenveroordelingen en renteverplichtingen werden vastgesteld. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide, onder voorzitterschap van vicepresident M.V. Polak.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/00970
Datum20 maart 2026
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiseres],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
GEMEENTE DRIMMELEN,
zetelende te Made, gemeente Drimmelen,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de Gemeente,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/375997 / HA ZA 20-498 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 december 2020 en 29 december 2021;
b. de arresten in de zaak 200.311.018/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 december 2024 en 25 maart 2025 (herstelarrest).
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 17 december 2024 beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt zowel in het principaal cassatieberoep als in het incidenteel cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 8.508,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
20 maart 2026.