Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
3.Beslissing
20 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond een geschil centraal over meerwerkposten en de kwaliteit van het uitgevoerde werk in het kader van een aannemingsovereenkomst tussen [eiseres] B.V. en de Gemeente Drimmelen. De procedure begon bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch in twee arresten uitspraak deed, waarvan het laatste een herstelarrest was.
[eiseres] stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof van 17 december 2024, terwijl de Gemeente een incidenteel cassatieberoep instelde. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van beide beroepen.
De Hoge Raad heeft de klachten van partijen beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveerde dit niet inhoudelijk omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep af en veroordeelde beide partijen in de proceskosten, waarbij de kostenveroordelingen en renteverplichtingen werden vastgesteld. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide, onder voorzitterschap van vicepresident M.V. Polak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.