Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:478

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
24/00731
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 SvArt. 310 SrArt. 312 lid 1 SrArt. 300 lid 1 SrArt. 138 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep

De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor diefstal met geweld, meermalen gepleegde mishandeling en lokaalvredebreuk. Tegen dit arrest stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 416 lid 2 Sv Pro, omdat het oordeelde dat de verdachte geen bezwaren had opgegeven tegen het vonnis en dat de appelschriftuur ontbrak.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak, omdat de appelschriftuur met grieven tijdig was ingediend en ontvangen door de griffier, maar door het hof niet in behandeling was genomen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had geoordeeld dat de appelschriftuur ontbrak en dat het hof ten onrechte had aangenomen dat de grieven niet voldeden aan de eisen van artikel 410 Sv Pro.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing. Hiermee wordt gewaarborgd dat het hoger beroep van verdachte inhoudelijk wordt behandeld conform de wettelijke vereisten.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00731
Datum24 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2024, nummer 21-003170-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.F.J. Kramer bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de beslissing van het hof om het door de verdachte ingestelde hoger beroep, met toepassing van artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk te verklaren.
3.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5, 6, 8 en 15 tot en met 17.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 maart 2026.