Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
24 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 september 2024, waarin hij werd veroordeeld voor zware mishandeling van zijn ex-partner op grond van artikel 302 lid 1 Sr Pro.
De advocaat-generaal concludeerde dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, maar adviseerde het beroep voor het overige te verwerpen. De Hoge Raad beoordeelde de klachten over het hofarrest en oordeelde dat deze niet tot vernietiging konden leiden, zonder nadere motivering vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro.
Het cassatiemiddel dat klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn werd gegrond verklaard. Gelet op de opgelegde straf van vier maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk, vond de Hoge Raad dat dit geen aanleiding gaf tot een ander rechtsgevolg dan de constatering van de termijnoverschrijding.
De Hoge Raad wees het beroep uiteindelijk af en bevestigde daarmee het hofarrest. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 24 maart 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor zware mishandeling ondanks overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.