Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
31 maart 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een economische strafzaak. De verdachte werd veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan medeplegen van het opzettelijk op de Nederlandse markt brengen van niet-toegestane gewasbeschermingsmiddelen en medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte cassatiemiddelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest, zodat het beroep grotendeels wordt verworpen. Wel is ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg van deze termijnoverschrijding heeft de Hoge Raad de opgelegde taakstraf verminderd van 100 naar 90 uur, met een subsidiaire hechtenis van 45 dagen in plaats van 50 dagen. De overige onderdelen van het hofarrest blijven ongewijzigd. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 31 maart 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn tot 90 uur, subsidiair 45 dagen hechtenis, en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.