Uitspraak
1.Procesverloop
HHSK heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een geschil tussen [eiseres] B.V. en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) over de capaciteit van een aflaatconstructie (ARE) die [eiseres] in 2010 heeft ontworpen en gerealiseerd. De ARE had een overeengekomen capaciteit van 20 m3/s, maar tests in 2018 en een daaropvolgende bureaustudie in 2019 toonden een veel lagere capaciteit aan.
HHSK stelde [eiseres] in gebreke en vorderde herstel van de gebreken. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde [eiseres] tot herstel binnen twee jaar. Het hof oordeelde dat de onderhoudstermijn doorliep tot december 2019 en dat de melding van het gebrek in augustus 2019 binnen deze termijn viel. Tevens verwierp het hof het beroep van [eiseres] op de klachtplicht, omdat HHSK eerst nader onderzoek mocht laten uitvoeren na twijfel over de testresultaten.
In cassatie klaagde [eiseres] dat het hof niet had meegewogen dat HHSK al in 2013 op de hoogte was van de capaciteitsproblemen en dat hierdoor haar belangen waren geschaad. De Hoge Raad oordeelde dat deze stellingen niet als nadere uitwerking van eerder aangevoerde verweren konden worden gezien, maar als nieuwe feitelijke grondslagen, en dat het hof terecht deze niet had meegewogen. Het cassatieberoep werd verworpen en [eiseres] werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van [eiseres] tot herstel van de gebreken binnen twee jaar.