Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
31 maart 2026.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld in het verkeer. In 2020 reed hij in Reuver als bestuurder van een auto binnen de bebouwde kom met een snelheid tussen 76 en 100 kilometer per uur, terwijl de maximumsnelheid 50 kilometer per uur bedroeg. Tijdens het rijden was hij afgeleid door het scherm van zijn autoradio en reed hij een overstekende fietser met haar 12-jarige dochter achterop aan.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte de grondslag van het bewezenverklaarde feit had verlaten door het rijgedrag als 'zeer onvoorzichtig en onoplettend' te kwalificeren zonder dat dit uit de bewijsmiddelen volgde. Ook voerde hij aan dat het hof onterecht had geoordeeld dat hij werd opgejaagd door een andere auto, terwijl dit niet uit het bewijs bleek.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld in het verkeer wordt bevestigd.