ECLI:NL:HR:2026:511

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
24/03797
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak dood door schuld in het verkeer

In deze zaak stond de verdachte terecht voor dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld in het verkeer. In 2020 reed hij in Reuver als bestuurder van een auto binnen de bebouwde kom met een snelheid tussen 76 en 100 kilometer per uur, terwijl de maximumsnelheid 50 kilometer per uur bedroeg. Tijdens het rijden was hij afgeleid door het scherm van zijn autoradio en reed hij een overstekende fietser met haar 12-jarige dochter achterop aan.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte de grondslag van het bewezenverklaarde feit had verlaten door het rijgedrag als 'zeer onvoorzichtig en onoplettend' te kwalificeren zonder dat dit uit de bewijsmiddelen volgde. Ook voerde hij aan dat het hof onterecht had geoordeeld dat hij werd opgejaagd door een andere auto, terwijl dit niet uit het bewijs bleek.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld in het verkeer wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03797
Datum31 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 oktober 2024, nummer 20-001990-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 maart 2026.