Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:513

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
24/04490
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 oud SrArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijs en strafoplegging bij feitelijke aanranding in supermarkt

De zaak betreft een feitelijke aanranding van eerbaarheid waarbij de verdachte een klant in een supermarkt betastte en vastpakte, strafbaar gesteld onder artikel 246 oud Pro Sr. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld en een taakstraf van 100 uur opgelegd, subsidiair 50 dagen hechtenis waarvan een deel voorwaardelijk.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof geen zelfstandig bewijs mocht ontlenen aan een foto en dat de verklaring van de aangeefster tegenstrijdig was met het proces-verbaal waarin camerabeelden werden beschreven. Tevens werd aangevoerd dat het hof ten onrechte rekening had gehouden met niet ten laste gelegde feiten bij de strafoplegging.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de vragen nader te motiveren, conform artikel 81 lid 1 RO Pro. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/04490
Datum31 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 december 2024, nummer 21-004566-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 maart 2026.