Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
20 januari 2026.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van schuldwitwassen door aanzienlijke hoeveelheden bitcoins om te wisselen in contant geld, waarvan 10,65% afkomstig zou zijn van darknet markets. Het hof baseerde dit op onderzoek van wallets en transacties, waarbij ook enkele klanten van verdachte veroordeeld waren voor drugshandel via het darkweb.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat het percentage van 10,65% van de bitcoins afkomstig van darknet markets geldt voor het totaal van de omgezette bitcoins. De omstandigheden die het hof aanvoerde, zoals het langdurig gebruik van een wallet en de verklaring van verdachte dat hij geen onderscheid maakte tussen wallets, konden dit oordeel niet dragen. Ook de vaststelling dat een afzonderlijke transactie van 33,34 bitcoins afkomstig was van een darknet market, maakte dit niet anders.
Het cassatieberoep van verdachte slaagde daarom. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofarrest wegens onvoldoende motivering van aandeel criminele herkomst bitcoins en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.