Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaten van huurster hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 april 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft EG Retail (huurster) cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024, waarin werd geoordeeld over de kwalificatie van een onbemand tankstation als gebouwde onroerende zaak in het kader van huurrecht. De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft de klachten van de huurster beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof te toetsen, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt EG Retail in de kosten van het geding, begroot op €3.105,-- vermeerderd met wettelijke rente. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer. De zaak hangt samen met een andere zaak tussen dezelfde partijen waarin gelijktijdig uitspraak is gedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het onbemande tankstation geen gebouwde onroerende zaak is in de zin van art. 7:290 BW.