Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 april 2026.
Hoge Raad
Eisers hebben cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 januari 2025, waarin het hof hun verzoek tot medehuurderschap van een woonruimte op grond van artikel 7:267 BW Pro heeft afgewezen. De zaak betreft de vraag of sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met wederkerigheid, mede gelet op mantelzorg voor een ouder.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant en de arresten van het hof voor het gedingverloop en de feiten. De klachten van eisers tegen het arrest van het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze leiden niet tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet nader omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak is gedaan door de raadsheren du Perron, Schaafsma en Salomons, en in het openbaar uitgesproken door ter Heide.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.