ECLI:NL:HR:2026:575

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
25/01400
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:267 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over medehuurderschap woonruimte

Eisers hebben cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 januari 2025, waarin het hof hun verzoek tot medehuurderschap van een woonruimte op grond van artikel 7:267 BW Pro heeft afgewezen. De zaak betreft de vraag of sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met wederkerigheid, mede gelet op mantelzorg voor een ouder.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant en de arresten van het hof voor het gedingverloop en de feiten. De klachten van eisers tegen het arrest van het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze leiden niet tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet nader omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak is gedaan door de raadsheren du Perron, Schaafsma en Salomons, en in het openbaar uitgesproken door ter Heide.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/01400
Datum10 april 2026
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaten: J. van Weerden en E.J.H. Zandbergen,
tegen
STICHTING WOONBEDRIJF SWS HHVL,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: verhuurder,
advocaten: P.A. Fruytier en J.P. Jas.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 9654068 \ CV EXPL 22-556 van de rechtbank Oost-Brabant van 31 maart 2022, 16 september 2022 en 6 april 2023;
b. de arresten in de zaak 200.328.577/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 augustus 2023 en 14 januari 2025.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 14 januari 2025 beroep in cassatie ingesteld.
Verhuurder heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor verhuurder toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van verhuurder begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
10 april 2026.