ECLI:NL:HR:2026:577

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
23/02295
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake immuniteit van jurisdictie Irak

Mammoet Salvage B.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld over de immuniteit van jurisdictie van de Republiek Irak. De zaak betrof de weigering van de Iraakse marine om toestemming te verlenen aan Mammoet om schepen te verplaatsen buiten de Iraakse Marine Exclusive Zone.

De kern van het geschil was of de handelingen van Irak kwalificeerden als acta iure imperii (staatsrechtelijke handelingen) of acta iure gestionis (handelingen van commerciële aard). De rechtbank en het hof hadden eerder geoordeeld dat sprake was van immuniteit van jurisdictie.

De Hoge Raad heeft de klachten van Mammoet beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en Mammoet veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 14.229 aan verschotten en € 2.200 aan salaris.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Mammoet wordt verworpen en de immuniteit van jurisdictie van Irak wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/02295
Datum10 april 2026
ARREST
In de zaak van
MAMMOET SALVAGE B.V.,
gevestigd te Rotterdam ,
EISERES tot cassatie,
hierna: Mammoet ,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
tegen
REPUBLIEK IRAK,
zetelende te Bagdad, Irak,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Irak,
advocaat: R.R. Verkerk.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaken C/10/589261 / HA ZA 20-20 en C/10/590876 / HA ZA 20-137 van de rechtbank Rotterdam van 31 maart 2021;
b. het arrest in de zaak 200.295.785/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 maart 2023.
Mammoet heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Irak heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Irak mede door S.E. Berkhof.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Mammoet heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Mammoet in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Irak begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
10 april 2026.