Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:594

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
25/02682
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:671b BWArt. 7:669 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontbinding arbeidsovereenkomst op cumulatiegrond

In deze zaak heeft verzoeker cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag van 20 mei 2025, waarin het hof de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen verzoeker en MaasWonen op de cumulatiegrond (i-grond) heeft bevestigd. De procedure betreft een arbeidsrechtelijke kwestie waarbij de stelplicht van de werkgever en de motivering van het ontbindingsverzoek centraal stonden.

De Hoge Raad heeft de klachten van verzoeker over de beschikking van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en verzoeker veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 905 aan verschotten en € 1.800 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. De beschikking is gegeven door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/02682
Datum10 april 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
STICHTING MAASWONEN,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: MaasWonen,
advocaat: S.F. Sagel.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak 10922639 VZ VERZ 24-1047 van de rechtbank Rotterdam van 8 mei 2024 en 2 oktober 2024;
b. de beschikking in de zaak 200.349.323/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 mei 2025.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
MaasWonen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van MaasWonen begroot op € 905,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
10 april 2026.