Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:600

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
24/00002
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 302.1 SrArt. 41.1 SrArt. 41.2 SrArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij mishandeling met scherp voorwerp

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor voortgezette zware mishandeling en mishandeling door met een scherp en puntig voorwerp in het oog, de rug en nek van het slachtoffer te steken en snijden.

De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte beoordeeld en de klachten verworpen, zonder inhoudelijke motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Wel oordeelde de Hoge Raad ambtshalve dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat betrekking had op de duur van de taakstraf en de vervangende hechtenis en verminderde deze naar 209 uren taakstraf, subsidiair 104 dagen hechtenis. Het overige beroep werd verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar bevestigt de veroordeling voor zware mishandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00002
Datum14 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 december 2023, nummer 23-002548-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Rafik bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 220 uren, subsidiair 110 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 209 uren beloopt, subsidiair 104 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 april 2026.