Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:616

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
24/03401
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 261 SrArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor smaadschrift op homo-datingsite bevestigd door Hoge Raad

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het plaatsen van een smaadschrift op een homo-datingsite, waarbij hij werd beschuldigd van het plaatsen van een advertentie met seksuele inhoud. Het gerechtshof Amsterdam sprak verdachte vrij omdat het oordeel was dat er geen sprake was van toerekening van het feit aan verdachte in de zin van artikel 261 Sr Pro.

Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van het OM beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad motiveert haar beslissing niet uitvoerig omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep wordt verworpen en de vrijspraak blijft in stand.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 14 april 2026, waarbij vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper de uitspraak deden.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens het ontbreken van toerekening van het smaadschrift aan verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03401
Datum14 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2024, nummer 23-002758-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 april 2026.