Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het plaatsen van een smaadschrift op een homo-datingsite, waarbij hij werd beschuldigd van het plaatsen van een advertentie met seksuele inhoud. Het gerechtshof Amsterdam sprak verdachte vrij omdat het oordeel was dat er geen sprake was van toerekening van het feit aan verdachte in de zin van artikel 261 Sr Pro.
Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van het OM beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad motiveert haar beslissing niet uitvoerig omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep wordt verworpen en de vrijspraak blijft in stand.
De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 14 april 2026, waarbij vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper de uitspraak deden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens het ontbreken van toerekening van het smaadschrift aan verdachte.