Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:623

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
25/00080
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:305 SrAArt. 2:351 SrAArt. 2:354 SrAArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over medeplegen oplichting en ambtelijke omkoping in Caribische zaak

In deze strafzaak stond de voormalige minister uit Aruba terecht voor medeplegen van oplichting bij de afgifte van optierechten en erfpachtrechten op percelen, passieve ambtelijke omkoping door het aannemen van geldbedragen en betalingen, en misbruik van functie door het aannemen van giften met het oog op voorkeursbehandeling.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van oplichting, een deel van de omkoping en misbruik van functie. Het hof oordeelde echter dat de verdachte samen met anderen oplichting heeft gepleegd, waarbij het hof vaststelde dat andere medewerkers van de Directie Infrastructuur & Planning het land Aruba hebben bewogen tot afgifte van de rechten.

De verdachte stelde cassatie in tegen het hofarrest, met klachten over de bewezenverklaring van de feiten. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad volgde dit advies en verwierp het cassatieberoep, waarbij het oordeel van het hof dat de verdachte medepleger was, standhield.

De Hoge Raad motiveerde niet uitvoerig omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee blijft het hofarrest in stand en is het cassatieberoep afgewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen oplichting en ambtelijke omkoping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00080 C
Datum14 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 juli 2024, nummer H-70/23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel komt met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring van de feiten 1, 3 en 4.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.4 tot en met 2.33.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 april 2026.