Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 21 april 2026 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure over de onttrekking aan het verkeer van twee sloepen met valse rompnummers. De rechtbank Amsterdam had de onttrekking toegewezen op grond van artikel 36d Sr, omdat de rompnummers niet betrouwbaar waren en de herkomst en eigendom van de sloepen oncontroleerbaar waren, wat volgens de rechtbank in strijd was met de wet en het algemeen belang.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd met welk begaan strafbaar feit de sloepen in verband stonden, terwijl dit volgens artikel 36c en 36d Sr vereist is. De enkele omstandigheid dat de rompnummers niet konden worden vastgesteld, volstaat niet als motivering voor onttrekking aan het verkeer.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe beoordeling en afdoening van de vordering. De procedure betrof een vordering op grond van artikel 552f lid 2 Sv, waarbij het Openbaar Ministerie geen vervolging instelde maar wel onttrekking aan het verkeer vorderde.
De zaak bevatte uitgebreide feiten over de aankoop, identificatie en technische kenmerken van de sloepen, waarbij de rompnummers niet voldeden aan de wettelijke eisen en niet konden worden herleid uit de administratie. De Hoge Raad benadrukte het belang van een duidelijke motivering die het verband met een begaan strafbaar feit aantoont.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug wegens onvoldoende motivering over het verband met een strafbaar feit.