ECLI:NL:HR:2026:65

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
25/03520
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitlevering van Colombiaanse opgeëiste persoon naar Panama t.z.v. drugsdelict en schending van fundamentele rechten

In deze zaak gaat het om de uitlevering van een Colombiaanse opgeëiste persoon naar Panama in verband met een drugsdelict. De opgeëiste persoon heeft verweer gevoerd tegen zijn uitlevering, stellende dat de detentieomstandigheden in Panama zo zwaar zijn dat zijn fundamentele rechten worden geschonden. De rechtbank Noord-Holland heeft op 18 april 2025 uitspraak gedaan in deze zaak, waarbij de opgeëiste persoon in cassatie is gegaan. De advocaat J.W. Ebbink heeft namens de opgeëiste persoon cassatiemiddelen voorgesteld, terwijl de advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld en geconcludeerd dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad heeft daarbij aangegeven dat het niet nodig is om te motiveren waarom tot dit oordeel is gekomen, aangezien de vragen die aan de orde zijn niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad op 20 januari 2026 het beroep verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/03520 U
Datum20 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 april 2025, nummer UTL-I-2025001084, op verzoek van de Republiek Panama tot uitlevering
van
[de opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft de advocaat J.W. Ebbink bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 januari 2026.