Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:656

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
24/04597
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in poging tot moord op ex-partner met mes

De zaak betreft een poging tot moord waarbij de verdachte zijn ex-partner met een mes in het bovenlichaam heeft gestoken nadat hij met hun zoon bij hem aan de deur was gekomen. Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte veroordeeld op grond van artikel 289 Sr Pro.

In cassatie heeft de verdachte meerdere klachten ingediend, waaronder over de feitelijke vaststelling door het hof dat hij met het mes over een medeverdachte heen naar zijn ex-partner kon reiken, en over de uitleg van zijn uitlatingen en het oordeel over voorbedachte raad. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Dalebout en Kuiper, en het beroep is verworpen. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte voor poging tot moord in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor poging tot moord.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/04597
Datum14 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 december 2024, nummer 22-002928-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W. Römelingh bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 april 2026.