Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een letselschadeadvocaat centraal voor door een journalist verwerkte citaten in een krantenartikel over de schadeafwikkeling van een schietincident in Alphen aan den Rijn. Eisers, belangenbehartigers van slachtoffers, stelden dat de advocaat onrechtmatig had gehandeld. De zaak werd behandeld door de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag, waarna eisers cassatieberoep instelden bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten tegen het arrest van het hof niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof te toetsen, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de eisers veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt daarmee de aansprakelijkheidsbeoordeling van de lagere rechterlijke instanties en benadrukt de afweging tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van reputatie.
De uitspraak werd gedaan door de president en raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide op 17 april 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de advocaat niet aansprakelijk is voor de citaten in het krantenartikel.