Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:671

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
24/01606
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen diefstal afzetcontainer met oud metaal

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van diefstal van een afzetcontainer met daarin een hoeveelheid oud metaal. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte veroordeeld op basis van bewijsmiddelen waaronder camerabeelden waarop verdachte als bestuurder van een bestelbus te zien was, die de container aan een vrachtwagen bevestigde. De vrachtwagen werd bestuurd door een medeverdachte die vervolgens met de container wegreed, gevolgd door verdachte in zijn bestelbus.

Verdachte stelde in cassatie een bewijsklacht in tegen het oordeel van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat op basis van de beschikbare bewijsmiddelen, waaronder de camerabeelden, de betrokkenheid van verdachte bij de diefstal voldoende was vastgesteld. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor de veroordeling voor medeplegen diefstal in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01606
Datum21 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 april 2024, nummer 20-000591-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Broere bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 april 2026.