Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen een verdachte van Poolse nationaliteit, veroordeeld voor diefstal, stond centraal of de verdachte voldoende in kennis was gesteld van de procedure voordat hij werd uitgezet uit Nederland. De dagvaarding in hoger beroep was in persoon aan de verdachte uitgereikt, maar de vertaling van de dagvaarding werd pas na zijn uitzetting per gewone post naar zijn adres in Polen verzonden.
De verdachte stelde dat hierdoor zijn aanwezigheidsrecht was geschonden en verzocht om aanhouding van de procedure. Het hof wees dit verzoek af na belangenafweging. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de inspanningsverplichting om de verdachte voorafgaand aan verwijdering in kennis te stellen van de procedure, alsmede de verplichting om maatregelen te nemen die de verdachte daadwerkelijk in staat stellen zijn proces bij te wonen, waren nagekomen.
De Hoge Raad vond dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het arrest van het hof konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hiermee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof dat de procedure rechtmatig was verlopen en dat het aanwezigheidsrecht van de verdachte niet was geschonden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.