Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaten van Bolivia hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
17 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Plurinationale Staat Bolivia cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 juli 2024, waarin een geschil met Banco Bilbao Vizcaya Argentaria S.A. (BBVA) werd behandeld. BBVA stelde een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in, dat echter niet is behandeld omdat het principale beroep werd verworpen.
De Hoge Raad heeft de klachten van Bolivia beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het principale cassatieberoep van Bolivia verworpen en Bolivia veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 3.073,--. Het incidentele beroep van BBVA is niet inhoudelijk behandeld omdat het afhankelijk was van het slagen van het principale beroep.
De uitspraak werd gedaan door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Bolivia wordt verworpen en Bolivia wordt veroordeeld in de proceskosten.