Uitspraak
1.Procesverloop
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt zowel in het principaal als in het incidenteel beroep tot vernietiging.
2.Uitgangspunten en feiten
[Betrokkene] zegt dat ze al haar neven op ging noemen, ze zegt dat ze allemaal namen ging verzinnen en op het laatste zei ze [betrokkene 2] en toen ze de leeftijd erbij zei wilde ze alleen van hem weten toen zei ze dat die iets van 15 of 16 is.
[NICHT] vraagt “En toen?”
[Betrokkene] zegt “Toen niks en vroegen over die kluis en wie er weten over die kluis dit en dat woellah..ik..me moeder en ik hebben het zo goed gedaan hehe, ze denken nu zo erg dat m’n vader het heeft verzonnen.””
overwegende, dat [betrokkene] wordt verdacht van:
- Medeplichtigheid aan diefstal m. geweld in vereniging - verschaffen/behulpzaam, strafbaar gesteld bij artikel 312/1 Wetboek van Strafrecht, artikel 312/2/2 Wetboek van Strafrecht, artikel 310 Wetboek Pro van Strafrecht, artikel 48/1 Wetboek van Strafrecht, artikel 48/2 Wetboek van Strafrecht, gepleegd te [plaats] op 2 november 2011:
voor welk feit voorlopige hechtenis is toegelaten en ter zake waarvan verdachte door hem/haar, hulpofficier van justitie, is gehoord;
overwegende, dat het ter zake ingestelde onderzoek nog niet is voltooid en het in het belang daarvan nodig is dat verdachte tijdens het onderzoek ter beschikking van justitie zal blijven;
overwegende, dat het bestaan van deze grond blijkt uit de volgende omstandigheden:
- de noodzaak van een (nader/verder) verhoor verdachte:
- confrontatie van verdachte met getuigen en/of hun verklaringen;
geziende artikelen 57, 58, 59, 59a en 67 van het Wetboek van Strafvordering;”.
oplast van [betrokkene 3] dit i.v.m. suicidale uitspraken gehoord v. rec”; en
Omdat be tijdens verhoor suicidale neigingen heeft geuit”.
Aannemelijk is dat het voorarrest voor de verzoekster bijzonder ingrijpend is geweest en naar verhouding bovengemiddelde gevolgen heeft gehad, gelet op het ten tijde van de ondergane inverzekeringstelling nog niet geïmplementeerd zijn van de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman en de Kinderombudsman over het regime voor het ondergaan van voorarrest door minderjarigen, waardoor tijdens het voorarrest bezoek van haar moeder alleen in een ruimte met glaswand kon plaatsvinden en ook de omstandigheden waaronder de inverzekeringstelling werd ondergaan niet waren toegesneden op de leeftijd van verzoekster. Verder neemt de rechtbank in aanmerking het moeten doorbrengen van de nacht in een observatiecel - waarvoor overigens blijkens de stukken, met name de reactie van de klachtenonderzoeker van de politie Zuid-Holland Zuid - wel een objectieve reden aanwezig was.
Gronden van billijkheid brengen daarom mee dat de som van de door het LOVS voorgestane dagvergoeding met een factor 3 moet worden vermenigvuldigd. Dit leidt tot een totaalbedrag van € 630,=.
De nog hogere vergoeding waar de verzoekster om heeft verzocht gaat de grenzen van de billijkheid echter te buiten.
Allereerst omdat, zoals ter zitting is gebleken, verzoekster en haar wettelijke vertegenwoordiger nog een civiele procedure overwegen met als inzet schadevergoeding wegens beweerdelijk door de ondergane voorlopige hechtenis opgelopen PTSS en zij daarom dit element buiten de beoordeling van het verzoek om schadevergoeding willen houden.
Ten tweede omdat uit de beantwoording van de vragen door de klachtenonderzoeker voldoende blijkt dat met eetwensen wel rekening zou zijn gehouden, indien die bekend waren geweest.”
De feiten(...)
General Comment No. 10in
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
General Comment No. 10waarin (onder punt 83) een niet-bindende aanbeveling aan de verdragsstaten is opgenomen, aldus het onderdeel.
General Comment No. 10 (2007)van het VN-Kinderrechtencomité was ten tijde van de inverzekeringstelling van betrokkene met betrekking tot art. 37, aanhef en onder d, IVRK een niet-bindende aanbeveling opgenomen, inhoudende dat elk kind dat is gearresteerd en van zijn of haar vrijheid is beroofd, binnen 24 uur voor een bevoegde autoriteit moet worden gebracht om de rechtmatigheid van (de voortzetting van) deze vrijheidsbeneming te onderzoeken.
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
17 april 2026.